Hierboven is een normale versus een afwijkende gezichtontwikkeling uitgebeeld.
Wanneer er niets aan afwijkende mondgewoonten wordt gedaan ontstaat er een onderontwikkeling van het gezicht.
Normaal gesproken hoort de tong in rust tegen de bovenkant van je gehemelte aangezogen te liggen.
Door de transversale druk tegen de bovenkant van de kaken verbreed de tong op een natuurlijke manier de kaak.
Wanneer de tong door afwijkende mondgewoonten zich heeft aangewend om op de mondbodem te liggen of onvoldoende aangezogen te zijn, resulteert
dat de bovenkaak te smal wordt. Dat heeft weer gevolgen voor de ontwikkeling van het gezicht en de luchtwegen.
Behandeling afwijkende mondgewoonten. Wat is het?
Meer dan 80% van de kinderen vertoont afwijkende mondgewoonten. Afwijkende mondgewoonten zijn:
- duimen
- vingerzuigen
- liplikken
- nagelbijten
- open mondgedrag
- mondademing
- infantiel slikpatroon
- slissen
- lage of tegen de tanden aan liggende tong in rustpositie
- verkeerd slikpatroon
Onderzoek toont aan dat een individu in 24 uur tussen de 1200 en 2000 keer slikt.
Bij een ‘normale slik’ zien we de tongpunt tegen de alveolairrand, dus niet tegen de tanden.
Het middelste gedeelte van de tong wordt aangezogen tegen het verhemelte.
Bij een ‘afwijkende slik’ rust de tongpunt tegen de voortanden aan.
De tong zuigt mogelijk aan maar heeft niet de kracht om aangezogen te blijven en zakt naar beneden,
daarna duwt de tong zich naar voren tegen de tanden.
Of de tong duwt opzij tegen de kiezen.
Dit resulteert in een ‘open beet’ ter hoogte van de voortanden of kiezen, zoals hieronder te zien.
Duimen en vingerzuigen
Wanneer een persoon duimt of vingerzuigt wordt een open beet ter hoogte van de voortanden,
zoals te zien op de foto hierboven, gecreëerd of in standgehouden.
Tijdens het duimen of vingerzuigen ligt de tong laag.
De tongspieren worden hierdoor zwak en zijn later niet meer instaat om zich aan te zuigen aan het verhemelte, wat nodig is bij een goed slikpatroon.
Veranderende tandstand
Afwijkende mondgewoonten geven bijna altijd een afwijking in de tandstand. Deze tandstand kan rechtgezet worden met een beugel. Echter wordt met een beugel niet de oorzaak van het probleem aangepakt. Als er sprake is van afwijkende mondgewoonten, dan moeten deze voor, tijdens of na de beugelbehandeling, behandeld worden door een logopedist. Een combinatie van deze behandelingen zorgt voor een stabiel resultaat.
Wat doet de logopedist?
Behandeling
Wanneer er sprake is van afwijkende mondgewoonten, dan wordt eerst het duimen, nagelbijten, liplikken of vingerzuigen afgeleerd.
Daarna gaat de logopedist aan de slag met het herstellen van het evenwicht van de spieren in het mondgebied, de Oro Myo Functionele Therapie (OMFT).
Middels een werkschema worden lip- en tongspieren getraind. Indien nodig ondersteund met een trainer/myobrace.
Daarnaast wordt de correcte manier van slikken aangeleerd met eten en drinken in verschillende consistenties.
Myobrace
Naast de ‘actieve’ behandeling kan de logopedist ook de eerste fase van de ‘Myobrace’ inzetten.
Het doel van de Myobrace is het afwijkende mondgedrag ook ’s nachts te elimineren.
De Myobrace wordt 1 uur tot 1,5 uur op de dag en de hele nacht gedragen.
Samenwerking met tandartsen en orthodontisten
De logopedist houdt tijdens het traject contact met de tandarts of orthodontist over de voortgang van de behandeling.
Tijdens of na de logopedische behandeling kan in overleg met de tandarts of orthodontist een vervolgtraject bepaald worden.
Ik werk nauw samen met tandartsen en orthodontisten.
Contact
Logopediepraktijk Grunberg
Marconistraat 31
3771 AM Barneveld
Tel: 06 1495 2684
Email: info@communicatiezorg.com of
logopedie@communicatiezorg.com